
Nazicht van de identiteit van de spelers
(Art. 1421 van het bondsreglement)
1°) Het identiteitsbewijs van de spelers
De identiteit van de spelers wordt als volgt gecontroleerd:
- bij wedstrijden van de eerste ploegen van het betaald voetbal
o door voorlegging van de spelerslicentie
- bij andere wedstrijden, door voorlegging, als officieel identiteitsbewijs
o een officieel document met foto, uitgereikt door een officiële administratie
o een vervangingsdocument met foto, uitgereikt door de politie bij verlies of diefstal van de gemeentelijke identiteitskaart of van enig ander door een officiële administratie afgeleverd document
o elk officieel document met foto, erkend en afgeleverd door de KBVB
Overgangsbepaling geldig tot 30/06/2011 : de voorheen door de KBVB uitgereikte bondsidentiteitskaarten (rood of wit) in het bezit van spelers of clubs blijven geldig voor de wedstrijden van de leeftijdscategorieën debutantjes, duiveltjes, preminiemen en miniemen (voor spelers aangesloten vóór 10 juli 2005). OPGELET : in bepaalde gevallen kan ook aan asielzoekers die het statuut van politiek vluchteling hebben aangevraagd een bondsidentiteitskaart worden uitgereikt.
Worden bijgevolg aanvaard :
- De door de KBVB uitgereikte bondsidentiteitskaart, met foto (wit pasje, rood pasje, primokaart MET foto)
- De Belgische identiteitskaart en de nieuwe Belgische elektronische identiteitskaart
- De verblijfsdocumenten met foto, afgeleverd aan vreemdelingen door een Belgische gemeentelijke overheid : identiteitskaart voor vreemdeling (geel), verblijfskaart van een onderdaan van een Lid-Staat der EEG (blauw), attest van immatriculatie model B voor onderdanen van een Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen (paars), attest van immatriculatie model A (oranje), bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister (wit)
- De identiteitskaart uitgereikt door een ander land
- Het Belgisch identiteitsbewijs voor een kind onder de 12 jaar, afgeleverd door de gemeentelijke administratie, met foto van de houder en een stempel van de gemeente
- Een Belgisch of buitenlands rijbewijs met foto en stempel van de overheid die het document aflevert (opgelet : Op de Belgische documenten die afgeleverd worden vooraleer het definitieve rijbewijs wordt toegekend, zoals de voorlopige bewijzen model 1, model 2 en model 3 en de leervergunning, staat geen foto. Zij kunnen bijgevolg niet worden aanvaard)
- Een Belgisch of buitenlands paspoort (reispas)
- Het attest van verlies, diefstal of vernieling van een identiteitskaart, afgeleverd overeenkomstig de bepalingen van artikel 6 van het K.B. van 25/03/2003 betreffende de identiteitskaarten, bevestigd door de omzendbrief van de FOD Binnenlandse Zaken van17/01/2005. OPGELET : overeenkomstig de wettelijke bepalingen, moet er verplicht een foto op dit attest worden aangebracht om de identificatie van de betrokkene mogelijk te maken tot zijn identiteitskaart is vernieuwd. Tevens moet er een stempel van de overheid worden aangebracht, op of naast de foto.
- Elk document afgeleverd door een gemeentelijke administratie (over het algemeen genaamd Bijlage nr. … in de rechterbovenhoek), overeenkomstig de wetgeving op de vreemdelingen, met een foto van de houder en de stempel van de gemeente
- Voor kandidaat politieke vluchtelingen wier erkenningprocedure lopende is, Bijlage 25 of Bijlage 26 afgeleverd door de Dienst Vreemdelingenzaken. OPGELET : op Bijlage 25 of Bijlage 26 wordt geen foto gekleefd, maar wordt de afbeelding van de betrokkene aangebracht door middel van een specifieke afdruktechniek. Een reliëfstempel van de Dienst Vreemdelingenzaken verleent authenticiteit aan het document.
Met zijn beslissing van 23.09.2005 heeft het Uitvoerend Comité nader gesteld dat de door de gemeentelijke administratie gelegaliseerde fotokopie van een officieel document met foto als identiteitsbewijs kan worden aanvaard.
Algemene regel voor alle documenten :
Een identiteitsbewijs waarvan de geldigheid vervallen is doet geen afbreuk aan de identiteit van de houder van het document. Het duidt uitsluitend op een administratieve nalatigheid in hoofde van de houder of op een wijziging van zijn statuut zonder verband met zijn identiteit. Bijgevolg mag de scheidsrechter dit document niet weigeren.
2°) Voor de scheidsrechter : de gevolgen van de afwezigheid van een officieel of daarmee gelijkgesteld identiteitsbewijs, behoren tot de tuchtrechterlijke bevoegdheid van de bondsinstanties. De wedstrijd MOET dus worden gespeeld, ook al neemt een club het risico een speler zonder aanvaardbaar identiteitsbewijs op te stellen.
IN GEVAL VAN TWIJFEL OVER HET DOOR DE SPELER VOORGELEGDE IDENTITEITSBEWIJS : Rekening houdend met de uitgebreide waaier van documenten die kunnen worden voorgelegd, kruist de scheidsrechter het voorziene vakje aan en brengt hij de nodige vermeldingen aan op het scheidsrechtersblad bij twijfel over de geldigheid van een voorgelegd document. Via de procedure der minnelijke schikkingen krijgt de club de mogelijkheid haar argumenten uiteen te zetten voor het bevoegde comité vooraleer de sanctie van het puntenverlies wordt uitgesproken.
Opgelet :
Identiteitsbewijzen die ontbreken bij het nazicht door de scheidsrechter, mogen nog worden voorgelegd tot op het ogenblik dat het wedstrijdblad wordt ondertekend door de scheidsrechter en beide afgevaardigden na het einde van de wedstrijd.
Administratieve aanbevelingen bij afwezigheid van een officieel identiteitsbewijs :
Om een zo groot mogelijke rechtszekerheid te verlenen aan de vaststelling door de scheidsrechter (die zich onopzettelijk van lijn of vakje kan vergissen) en rekening houdende met de ernstige gevolgen (verlies van de wedstrijd), wordt de scheidsrechter verzocht:
- zowel het vakje ad hoc naast de naam van de speler aan te kruisen
- als in het vakje " opmerkingen " van het wedstrijdblad te vermelden : club X - spelers zonder identiteitsbewijs (of spelers met twijfelachtig identiteitsbewijs: betrokken spelers vermelden).
29.07.2008
|