
De laatste weken werden de Belgische voetbalvelden geteisterd door verbaal geweld en onsportief gedrag tegenover de spelers en scheidsrechters. Met name in de laatste speeldagen voor de winterstop waren er enkele ontoelaatbare uitingen van agressiviteit. De Voetbalbond heeft op initiatief van het Uitvoerend Comité beslist deze praktijken hard aan te pakken. Enerzijds door een aantal richtlijnen te geven aan de scheidsrechters om een wedstrijd te onderbreken bij tekenen van verbaal geweld, anderzijds via een uitgebreide mediacampagne. De twintigste speeldag in de hoogste afdeling stond in het teken van deze actie tegen verbaal geweld, die de steun kreeg van Marc Degryse en Robert Waseige.
Voorzitter Dr Michel D'Hooghe en ondervoorzitter Jan Peeters, die de hele actie coördineerde, verklaarden dat de Voetbalbond geen enkele vorm van geweld in de Belgische stadions tolereert, dus ook niet het verbaal geweld. Tijdens de vergadering van het Uitvoerend Comité op 16 december 2000 werd het probleem aangekaart en werd er beslist om een campagne op te zetten. In de laatste speeldagen voor de winterstop had men er immers vastgesteld dat steeds meer supporters hun toevlucht zochten tot verbaal geweld. Een aantal spelers werd geviseerd en kregen het hard te verduren.
Vóór de wedstrijden van zaterdag 27 januari en zondag 28 januari 2001 in de eerste klasse hebben de kapiteins van zowel de thuisspelende als de bezoekende ploeg een boodschap gelezen, waarin ze opriepen tot sportiviteit en verdraagzaamheid tegenover de spelers en scheidsrechters, ongeacht hun huidskleur en afkomst. De kapiteins maakten hun supporters ook attent op het feit dat de scheidsrechter de wedstrijd zal kunnen stilleggen als er sprake is van verbaal geweld.
Als de scheidsrechter tijdens de wedstrijd vaststelt dat er bepaalde dingen geroepen worden die niet door de beugel kunnen, zal hij voortaan het volgende kunnen beslissen. Bij een eerste vaststelling zal de scheidsrechter de twee kapiteins bij zich roepen en hun medewerking vragen om de supporters tot kalmte aan te manen. De scheidsrechter zal de terreinafgevaardigde ook vragen een oproep te doen langs de stadionmicrofoon. Nadien zal het spel hervat worden.
Indien de scheidsrechter vaststelt dat de supporters zich agressief blijven gedragen tegenover de spelers en/of tegenover de leiding, zal hij tijdelijk de wedstrijd stilleggen en de spelers vragen terug te keren naar de kleedkamers. De terreinafgevaardigde zal dan een laatste oproep doen om het verbaal geweld te stoppen. Als alles terug rustig is, zal de scheidsrechter de wedstrijd hervatten.
In extreme gevallen, dus indien de wedstrijd nog onmogelijk op een fatsoenlijke manier kan verlopen, zal de scheidsrechter beslissen de wedstrijd volledig stop te zetten. Het zal dan aan het Sportcomité zijn om te beslissen wat er verder zal gebeuren.
De persconferentie van vrijdag 26 januari 2001 werd druk bijgewoond en kreeg veel aandacht in de verschillende media. Dit was mede te danken aan de steun van Marc Degryse en Robert Waseige. Vooral Marc Degryse, zelf een slachtoffer van verbaal geweld, haalde scherp uit. "Toen ik naar het buitenland vertrok, zongen de fans nog 'de herdertjes lagen bij nachte in het veld'. De laatste drie jaar wordt het altijd maar erger. Ik denk dat ik in naam van de spelers mag zeggen dat we dat allerminst appreciëren. Het verbaal geweld is een verderfelijke vorm van hooliganisme. Als ze roepen dat je moeder een hoer is, doet dat meer pijn dan een klap in je gezicht ", zo zei Degryse.
"Wij willen een signaal geven", zei bondsvoorzitter Michel D'Hooghe, "Cultuur eindigt waar racisme en onverdraagzaamheid beginnen. En voetbal is een vorm van cultuur. Daarom kunnen we dit niet aanvaarden. Voetbal is een ontmoetingsplaats. Onze sport mag niet dienen als forum voor verbaal geweld of racisme. Het is een middel tot integratie".
"Ideaal zou zijn dat de goede supporters, 95 procent van de aanwezigen dus, de verbale agressors uitspuwen", aldus ondervoorzitter Jan Peeters.
De redactie/NC
|